 |
 |
| Informatie voor actieve ouders |
 |
|
 |
 |
 |
 |
Op deze website vind je alle belangrijke informatie over kinderopvang, kinderopvangtoeslag en de Wet Kinderopvang bij elkaar.
Klik hieronder op een onderwerp om naar het betreffende gedeelte van de site te gaan. Mist u bepaalde informatie op onze site, kijk dan op onze links pagina voor meer verwijzingen. |
|
 |
 |
 |
|
 |
|
|
|
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
1. Wat is de Wet kinderopvang?
De Wet kinderopvang regelt dat ouders, werkgevers en overheid de kosten van kinderopvang samen dragen. Daarnaast regelt de wet de kwaliteit van de opvang en het toezicht daarop. De wet geldt vanaf 1 januari 2005 en geldt ook voor zelfstandigen.
Wat is de kern van de Wet kinderopvang?
als ouder sluit u zelf een overeenkomst met een kindercentrum of gastouderbureau en betaalt u de rekening die u ontvangt;
via bijdragen van de werkgever(s) en de overheid krijgt u een deel van de kosten terug;
de overheidsbijdrage wordt betaald door de Belastingdienst/Toeslagen. dit is de kinderopvang toeslag;
de aftrek inkomstenbelasting voor kinderopvang bestaat niet meer.
Welke ministerie is verantwoordelijk voor kinderopvang?
Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) was jarenlang politiek verantwoordelijk voor het beleid rond de kinderopvang.
Vanaf 22 juli 2002 is het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid verantwoordelijk voor de kinderopvang. Er zijn twee uitzonderingen: het ministerie van VWS blijft wel verantwoordelijk voor tieneropvang en peuterspeelzalen.
2. Welke soorten kinderopvang vallen onder de Wet kinderopvang?
Onder de Wet kinderopvang vallen verschillende soorten kinderopvang:
Dagopvang
Dagopvang is bedoeld voor kinderen van nul tot vier jaar. In een kinderdagverblijf of creche worden kinderen 1 of meer dagdelen per weer, het hele jaar door opgevangen.
Buitenschoolse opvang
Deze opvang is bestemd voor kinderen van vier tot twaalf / dertien jaar (tot en met het moment waarop ze de basisschool verlaten) die in hun vrije tijd opgevangen moeten worden. `Vrije tijd' is de tijd buiten de schooluren en de schoolvakanties.
Gastouderopvang
Dit is opvang van kinderen in de leeftijd van zes weken tot dertien jaar, in het huis van de gastouder of in het huis van de ouders van het kind. Er mogen maximaal vier kinderen opgevangen worden (buiten de eigen kinderen van de gastouder). Gastouders moeten geregistreerd zijn bij een gastouderbureau.
Sinds april 2005 is een nieuwe vorm van gastouderopvang mogelijk: innovatieve gastouderopvang. Hierbij mag u maximaal 6 kinderen opvangen. Voor meer informatie neemt u contact op met de afdeling Publieksinformatie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgegelenheid.
Ouderparticipatiecrèches
In een ouderparticipatiecrèche vangt een groep ouders om beurten hun eigen kinderen op.
Welke kinderopvang valt niet onder de nieuwe wet?
De Wet kinderopvang gaat niet over informele opvang door vrienden, buren of familie, `overblijven' van schoolkinderen, peuterspeelzalen en tieneropvang. Voor deze vormen van opvang kunt u alleen een kinderopvang toeslag aanvragen, als degenen die de zorg aanbieden, ingeschreven zijn als gastouder bij een gastouderbureau. Er is dan sprake van gastouderopvang. (Men spreekt in dit verband wel over 'oppassubsidie'.)
Voor meer informatie over de eisen die aan gastouders gesteld worden, neemt u contact op met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
3. Wie betaalt de kosten van kinderopvang?
Ouders, werkgevers en overheid betalen ieder een deel van de kosten. In de ideale situatie betalen werkgevers samen 1/3 deel, overheid en ouders samen 2/3 deel. Hoe hoger uw inkomen, hoe meer u zelf betaalt.
De overheid
De hoogte van de overheidsbijdrage is onder andere afhankelijk van uw inkomen. Naarmate uw inkomen lager is, vergoedt de overheid meer.
De tegemoetkoming van de overheid kent een maximumprijs per uur. Voor dagopvang vergoedt de overheid maximaal € 5,72. Voor buitenschoolse opvang en gastouderopvang is de maximale vergoeding € 6,03. (bedragen 2006). Is de uurpijs hoger, dan moet u het verschil zelf bijbetalen.
Bij elk tweede of volgende kind krijgt u een hogere tegemoetkoming. Voor éénoudergezinnen vergoedt de overheid het werkgeversdeel van de ontbrekende partner.
Aanvullende eisen
De overheid betaalt alleen mee als u uw kind in een geregistreerde instelling of geregistreerd gastgezin onderbrengt én u en uw partner werken.
U ontvangt de bijdrage ook als u tot een groep behoort waarvoor de kinderopvang wordt betaald. Dat geldt voor:
herintredende ouders die een reïntegratietraject volgen;
ouders die een verplicht inburgeringstraject volgen;
ouders die een uitkering hebben en tegelijkertijd een reïntegratietraject volgen;
tienermoeders en studenten.
Werkgevers
De werkgever betaalt in principe 1/6 van de kinderopvang. Samen betalen de werkgevers van beide partners dus 1/3 deel. Deze bijdrage is niet verplicht, maar in steeds meer CAO's en arbeidsvoorwaarden staan afspraken over een bijdrage van de werkgever aan kinderopvang.
Ontvangt één of beide ouders geen bijdrage van de werkgever of minder dan 1/6, dan mag de betalende werkgever maximaal tot 1/3 belastingvrij vergoeden. Ook komt u dan in aanmerking voor een extra tegemoetkoming van de overheid:
verdient u minder dan € 45.000,-, dan ontvangt u vanaf 2005 een extra tegemoetkoming van de overheid, zolang uw inkomen onder deze grens blijft;
ligt uw inkomen boven € 45.000,-, dan ontvangt u tot 2009 een extra tegemoetkoming. Van 2007 tot 2009 wordt deze bijdrage afgebouwd. Vanaf 2009 ontvangt u dan geen extra tegemoetkoming meer.
De hoogte van deze extra tegemoetkoming is een percentage van de kosten van de kinderopvang. De Belastingdienst rekent uit hoeveel u ontvangt.
Deze regeling geldt ook voor zelfstandigen.
Uw bijdrage
Wat overblijft aan kosten, betaalt u zelf. U kunt uw spaarloontegoed gebruiken om deze kosten te betalen.
4. Wat is een peuterspeelzaal?
Een peuterspeelzaal is een wijkgerichte voorziening waar kinderen van twee tot vier jaar enkele dagdelen per week komen en die als eerste doel heeft ontspanning, ontmoeting en ontwikkeling. Het peuterspeelzaalwerk is nadrukkelijk geen vorm van dagopvang. Peuterspeelzalen vervullen een belangrijke rol in de ontwikkeling van jonge kinderen. Vijftig tot zeventig procent van alle Nederlandse peuters (2- en 3-jarigen) gaat naar een peuterspeelzaal. De meeste kinderen bezoeken de peuterspeelzaal twee dagdelen per week.
Verantwoordelijkheid
Met de Welzijnswet 1994 is de verantwoordelijkheid voor de opvang van peuters in het peuterspeelzaalwerk gelegd bij de gemeenten. De meeste gemeenten laten toezicht houden op de kwaliteit van het peuterspeelzaalwerk, meestal door de GGD. De verantwoordelijkheid op rijksniveau ligt bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).
Kwaliteit en het Landelijk Platform Peuterspeelzalen
In 2002 heeft de overheid besloten dat er landelijke regels moeten komen voor de kwaliteit van het peuterspeelzaalwerk, voor het toezicht op de naleving ervan en voor de toegankelijkheid van het peuterspeelzaalwerk. Kwaliteitseisen gaan vooral over de inrichting van de binnen en buitenruimte, de hygiëne, de veiligheid, de groepsgrootte, het aantal peuters per leidster, medezeggenschap van ouders, pedagogisch beleid en opleidingseisen aan het personeel.
Met de nieuwe regels zijn de kwaliteitseisen voor peuterspeelzalen gelijk aan die van kinderopvang. Met subsidie van het ministerie van VWS voert het Landelijk Platform Peuterspeelzaalwerk (LPP) het project Kwaliteit Peuterspeelzaalwerk uit.
Het Landelijk Platform Peuterspeelzalen (LPP) geeft informatie over peuterspeelzalen aan iedereen die met peuterspeelzalen te maken krijgt in de professionele sfeer. Het Landelijk Platform is hét kennisplatform van de praktijk van het peuterspeelzaalwerk.
Het LPP heeft als doel:
het verzamelen van kennis omtrent knelpunten op het terrein van peuterspeelzaalwerk;
het activeren van - en voorzien van informatie aan - bestaande organisaties op het gebied van peuterspeelzaalwerk en overheidsinstellingen;
het organiseren of het meewerken aan het organiseren van bijeenkomsten op het gebied van peuterspeelzaalwerk.
5. Waar vraag ik kinderopvang toeslag aan?
U vraagt de kinderopvang toeslag aan bij een apart onderdeel van de Belastingdienst: Belastingdienst/Toeslagen. Dat kan als volgt:
u gebruikt het aanvraagprogramma op de internetsite van de Belastingdienst. Dit kunt u downloaden.
u bestelt een aanvraagformulier bij de Belastingtelefoon.
De Belastingdienst/Toeslagen verwerkt uw aanvraag en controleert of u voor deze overheidsbijdrage in aanmerking komt.
Om het formulier te kunnen invullen moet u weten hoeveel de instelling die uw kind opvangt u berekent, hoeveel de werkgevers bijdragen in de kosten en hoe hoog uw gezinsinkomen is. Met deze gegevens kunt u een aanvraag invullen en indienen.
Op de website van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vindt u een stappenplan en rekenvoorbeelden die u bij uw aanvraag kunnen helpen.
kinderopvang toeslag voor 2006 kunt u uiterlijk tot 1 april 2007 aanvragen.
6. Hoe hoog is de kinderopvang toeslag?
De hoogte van de bijdrage is afhankelijk van uw inkomen, de soort opvang waar uw kind gebruik van maakt en de eventuele bijdrage van de werkgever(s). Het is dus maatwerk.
Wilt u weten of u voor de kinderopvang toeslag in aanmerking komt en hoe hoog de bijdrage is, vul dan het aanvraagformulier in of download het aanvraagprogramma op de website van de Belastingdienst. Op de website van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid staan voorbeelden van berekeningen in verschillende situaties.
7. Kom ik in aanmerking voor kinderopvang toeslag?
U kunt kinderopvang toeslag aanvragen als u aan de volgende voorwaarden voldoet:
er woont tenminste een kind bij u. Dit kind gaat naar een geregistreerde kinderopvangorganisatie;
u heeft de Nederlandse nationaliteit of u heeft een geldige verblijfsvergunning;
u ontvangt voor ten minste één kind kinderbijslag of een pleegouderbijdrage, of u betaalt voor een groot deel mee aan de kosten van het levensonderhoud voor het kind;
u werkt, in loondienst of als zelfstandige of u werkt mee in de onderneming van uw echtgenoot of huisgenoot.
Gescheiden ouders
Gescheiden ouders kunnen beiden recht hebben op de kinderopvang toeslag. Als het kind doorgaans drie dagen per week bij de ene ouder woont en de rest van de tijd bij de andere partner (co-ouderschap), kunt u beiden een aanvraag indienen. Elke ouder apart vraagt dan voor zijn eigen deel van de kosten de toeslag aan.
Pleegouders
Als pleegouder komt u ook voor kinderopvang toeslag in aanmerking. Voor u gelden dezelfde regels als voor natuurlijke ouders.
8. Wat regelt de Wet kinderopvang voor alleenstaande ouders?
Als u alleenstaande ouder bent, ontvangt u geen werkgeversbijdrage voor kinderopvang via een echtgenoot of huisgenoot. Om dit te compenseren krijgt u een aanvullende toeslag van het Rijk. Deze toeslag alleenstaande ouder is maximaal een zesde deel van de totale opvangkosten. Hierbij wordt rekening gehouden met de maximumuurprijs. De toeslag alleenstaande ouder wordt lager naarmate uw werkgeversbijdrage meer is dan een zesde van uw opvangkosten.
U bent werkloos
Als u op 1 januari werkloos was, dan kunt u in principe geen aanspraak maken op kinderopvang toeslag. Maar als u in hetzelfde kalenderjaar een baan vindt en weer gaat werken, komt u voor het hele kalenderjaar in aanmerking voor de kinderopvang toeslag. Dit geldt ook voor de aanvullende toeslag bij een onvolledige werkgeversbijdrage.
U zit in een reïntegratietraject
U komt wel in aanmerking voor kinderopvang toeslag als u een uitkering ontvangt en in een reïntegratietraject zit. U ontvangt de toeslag voor het hele kalenderjaar. Daarnaast betaalt Uitvoering Werknemersverzekeringen (UWV) het ontbrekende werkgeversdeel. Dit geldt alleen voor de periode dat u aan het reïntegratietraject meedoet.
9. Krijg ik kinderopvang toeslag als mijn partner werkloos is?
Als u werkt en uw partner was op 1 januari werkloos, dan ontvangt u geen kinderopvang toeslag. U ontvangt dan ook geen toeslag voor de ontbrekende werkgeversbijdrage.
Wel toeslag bij reïntegratie
Uw partner komt wel in aanmerking voor kinderopvang toeslag als hij of zij een uitkering ontvangt en in een reïntegratietraject zit. U ontvangt voor het hele kalenderjaar een toeslag van het Rijk. Daarnaast betaalt Uitvoering Werknemersverzekeringen (UWV) het ontbrekende werkgeversdeel. Dit geldt alleen voor de periode dat uw partner aan het reïntegratietraject meedoet.
Uw partner is /wordt werkloos
Als uw partner werkloos is of wordt, maar in dit kalenderjaar een baan vindt en weer gaat werken, komt u voor het hele kalenderjaar in aanmerking voor kinderopvang toeslag.
Voor de periode waarin uw partner geen baan had, komt u ook in aanmerking voor een extra toeslag in verband met een onvolledige werkgeversbijdrage.
|
|
|
|
 |
 |
 |
 |
| |
|
|
|